iconWe toetsen ons weerstandsvermogen

In onderstaande tabel hebben wij verschillende ratio's uitgewerkt om het weerstandsvermogen te kunnen toetsen (volgens de Financiële verordening Bronckhorst). Dit zijn ook de kengetallen die de provincie gebruikt in haar functie als toezichthouder. Onder de tabel met ratio’s leest u wat de 5 landelijke kengetallen inhouden.

Omschrijving

werkelijk 2019

2020

2021

2022

2023

2024

Netto schuldquote

5,97%

13,34%

18,93%

17,54%

51,91%

51,14%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-5,53%

2,41%

8,42%

7,04%

41,39%

40,59%

Solvabiliteitsratio

61,70%

60,11%

58,22%

58,76%

43,68%

43,51%

Structurele exploitatieruimte

-6,23%

1,63%

0,73%

1,06%

1,27%

0,67%

Grondexploitatie

2,19%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

Belastingcapaciteit

112%

106%

103%

103%

103%

103%

Aanvullende ratio financiële verordening Bronckhorst

Saldo baten en lasten voor reserves

3,02%

-1,01%

-0,98%

0,16%

0,85%

-0,80%

Wat bedoelen we met ‘netto schuldquote’?

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de totale baten. Het laat zien of onze gemeente investeringsruimte heeft of juist niet. Daarnaast zegt het kengetal ook wat over de flexibiliteit van de begroting. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. De netto schuldquote geeft ons daarmee een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. In de berekening wordt niet zichtbaar waarvoor wij de schulden zijn aangegaan. Hier geldt: hoe lager de ratio hoe beter.

Om de reguliere investeringen en de Investeringsagenda uit te voeren, moeten we leningen aantrekken (circa 33 miljoen in 2024). Hierdoor stijgt de netto schuldquote.

Wat bedoelen we met ‘netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen’?

In de berekening van de netto schuldquote is niet zichtbaar waarvoor Bronckhorst de schulden is aangegaan. Zo kan een hoge schuld ook worden veroorzaakt doordat middelen worden doorgeleend. Voor onze gemeente geldt dit met name voor de duurzaamheidsleningen. Om te weten of we veel geld doorlenen aan derden wordt de schuldquote exclusief de doorgeleende gelden weergegeven. Voor de netto schuldquote geldt ook hier: hoe lager het kengetal hoe beter.

Wat bedoelen we met ‘solvabiliteitsratio’?

De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe financieel gezonder de gemeente. Om de Investeringsagenda uit te voeren, moeten we leningen aantrekken en neemt ons bezit toe. Hierdoor stijgt het totale vermogen. Ook zetten we onze reserves in. Hierdoor daalt het eigen vermogen. Door de gewijzigde verhouding eigen vermogen en totaal vermogen, neemt de solvabiliteitsratio af.

Wat bedoelen we met ‘structurele exploitatieruimte’?

De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de begrotingsruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of wij in staat zijn om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Schommelt de waarde rond de nul? Dan is de ruimte binnen de begroting vrijwel volledig ingevuld.

Wat bedoelen we met ‘grondexploitatie’?

Het financiële kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse totale gemeentelijke baten. De waarde laat zien dat wij geen actieve grondexploitaties hebben.

Wat bedoelen we met ‘belastingcapaciteit’?

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe onze belastingdruk zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. De onroerende zaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing bepalen hoe hoog de woonlasten per gemeente zijn. De woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een jaar vergelijken we met het landelijk gemiddelde van het vorige jaar en is uitgedrukt in een percentage daarvan. Een uitkomst hoger dan 100% betekent dus hogere woonlasten dan het gemiddelde van Nederland. Meer hierover leest u in de paragraaf Lokale heffingen (2.2.1).