iconEen paar aanpassingen in budgetten

Jaarlijkse budgetten

Een belangrijke factor voor de financiële positie vormt altijd de ontwikkeling van de Algemene uitkering. De Meicirculaire 2020 liet een voordelig beeld zien van de gemeentefinanciën. Vanwege corona zijn de uitkeringen voor 2020 en 2021 'bevroren'.

We verwachten een dalende Algemene uitkering

Voor 2022 staat de start van de herijking van de Algemene uitkering gepland. Met de kennis die we nu hebben, kunnen we vaststellen dat vanaf 2022 de gemeenten met stedelijke gebieden er op vooruit gaan en dat de plattelandsgemeenten, zoals Bronckhorst, flink moeten inleveren. Het verwachte effect daarvan is dat Bronckhorst, op termijn, € 2 mln per jaar minder krijgt (€ 60 per inwoner). We nemen de effecten van circulaires pas mee in planningsdocumenten, wanneer de effecten door het Rijk ook financieel vertaald zijn.

Voor de bijdrage aan VNOG volgen we een andere aanpak

Voor de bijdrage aan het samenwerkingverband VNOG geldt vanaf 2021 een nieuwe berekeningsmethodiek, gebaseerd op de uitgaven veiligheid binnen de Algemene uitkering. Nu het zover is, blijkt dat de ontwikkeling van die parameter voordelige gevolgen voor Bronckhorst geeft (€ 304.000).

De bouwleges geven ons geen meeropbrengst van € 1 miljoen

We werken binnen deze programmabegroting met de afgesproken verhoging van 28% van de leges voor titel 2 Fysieke leefomgeving (bouwleges). We zitten daarmee op het gemiddelde niveau van de omliggende gemeenten. Daarmee halen we echter niet de veronderstelde € 1 miljoen aan meeropbrengst, maar € 210.000. U hebt hierover eerder een actieve informatievoorziening van ons ontvangen.

We stellen voor om deze fout als volgt op te lossen:

Invulling meeropbrengst bouwleges

2021

2022

2023

2024

Teveel geraamde meeropbrengst

S

-790

-790

-790

-790

Volumestijging door bouwinitiatieven

S

187

187

187

187

Inkomstentekort begroting 2021-2024

S

-603

-603

-603

-603

Geen lagere leges voor duurzaamheid

S

50

50

50

50

Verlaging kosten uitvoering Omgevingswet

I

150

Uitvoering dienstverlening RO

I

50

50

Maatregelen in programmabegroting

250

100

50

50

Uit de begrotingsruimte 2021-2024

-353

-503

-553

-553

+ = minder lasten; - = meer lasten

Vervangingsinvesteringen

Voor de begroting maken de lasten van het investeringsplan 2021-2024 deel uit van de geautoriseerde budgetten per programma. De investeringen van de Investeringagenda hebben niet die directe goedkeuring voor uitvoering. Voor ieder voorstel van de Investeringsagenda ontvangt u van ons een afzonderlijk raadsvoorstel waarin de uitwerking van die opgave staat en de totale financiering daarvan. In de programmabegroting en in de jaarstukken maken we in de financiële begroting wel duidelijk hoe de Investeringsagenda zich ontwikkelt.

We noemen de vervangingsinvesteringen en de geraamde projecten gedetailleerd bij de programma’s bij het onderdeel “Wat mag het kosten” en in de Algemene dekkingsmiddelen en overhead (3.1.2).

De investeringen zijn als volgt over de programma's verdeeld:

Geplande investeringen (exclusief Investeringsagenda)

Programmanaam

Investering

2021

2022

2023

2024

Zorg en ondersteuning

-

-

-

-

-

Wonen en leefomgeving

6.933

54

116

204

316

Bedrijvigheid en ontwikkeling

165

1

17

17

17

Bestuur

30

-

-

-

-

Middelen en overhead

459

3

76

98

96

Totaal kapitaallasten investeringen

7.587

58

210

318

429

+ = stijging budget; - = daling budget

Reserves

De Algemene reserve zetten we in voor investeringen die bijdragen aan onze doelen. Voor de inhoudelijke toelichting op de omvang van de Algemene reserve verwijzen we naar de toelichting op de balanspositie(3.3.2).De projecten met een bijdrage uit de Algemene reserve voldoen aan de bestedingscriteria volgens de nota Reserves en voorzieningen Bronckhorst.

Hieronder leest u hoeveel kosten we dekken met een bijdrage vanuit de Algemene reserve of bestemmingsreserves en hoe ze over de programma's zijn verdeeld:

Geplande projecten

Programmanaam

Investering

2021

2022

2023

2024

Zorg en ondersteuning

-

198

-233

-54

86

Wonen en leefomgeving

21.875

440

235

-

492

Bedrijvigheid en ontwikkeling

11.525

115

10

-

428

Bestuur

-

-

-

-

-

Middelen en overhead

1.573

524

407

350

292

Totaal projecten

34.973

1.277

418

296

1.298

+ = gebruik van reserve; - = bedrag naar reserve

In het jaar 2024 halen we voor Programma 2 Wonen en leefomgeving(2.1.2) en voor Programma 3 Bedrijvigheid en ontwikkeling (2.1.3) de aanvullende dekking voor kapitaallasten van de Investeringsagenda uit de gelijknamige bestemmingsreserve. Vanaf dat moment zal de Algemene reserve aflopen naar de solvabiliteitsgrens van 30% van het totale vermogen.